Een mooi stuk in de Leeuwarder Courant.

Iepenloftspul Brantgum brengt dramatische verhaal van slikwerker Tsjerk Vogel

Vincent Meininger

Brantgum Dit jaar vijftig jaar gele­den werd de Lauwerszee afgesloten en ontstond het Lauwersmeer. Het ie­penlofstpul De Iêste floed in Brantgum laat op een filmische manier zien welke dramatische gevolgen dit had voor de familie Vogel. In iepenloftspul hoecht net altyd om “te gnizen te wêzen”, vindt Atsje Lettinga, regisseur van De Iêste floed.

Dit iepenloftspul, gebaseerd op het gelijknamige boek van Durk van der Ploeg, wordt opgevoerd nu het Lau­wersmeer vijftig jaar bestaat. Toch valt er ook te lachen in deze dramati­sche familiegeschiedenis. Het is een tijdloos verhaal met een boodschap die herkenbaar is voor iedereen. ,,Elt­senien siket erkenning en leafde fan de minsken om him hinne.” Hoofdpersoon van de voorstelling is Tsjerk Vogel. Zijn familie staat al drie generaties tot de enkels in het slik om een stuk land, dat in de mid­deleeuwen verloren ging, terug te winnen op de zee. Zijn zonen krijgen een spartaanse opvoeding. Hun vader verwacht van hen dat ze meehelpen

zijn levensdoel te verwezenlijken, wat bittere familieconflicten met zich meebrengt. Wanneer in 1969 de Lauwerszee wordt afgesloten, veran­dert alles voor de familie Vogel.

Erkenning

,,Filmysk”, noemt Lettinga de voor­stelling en dat is volgens haar mede te danken aan het werk van Baukje van Hijum. ,,Baukje hat it boek fan Durk van der Ploeg betuft oerset nei in skript dêr’t ik goed mei ut’e fuot­ten koe.” Zo kruipen we in het hoofd van Tjerks jongste zoon Arjen, die de vroegere gezinssituatie in flashbacks vertelt zonder dat we hem zien pra­ten. Na jaren is hij teruggekomen op

zoek naar erkenning van zijn vader, die hem altijd achterstelde bij zijn broer. ,,At der in knyn slachte waard, wie it altyd syn knyn, en net dy fan syn broer.” Een verteller beschrijft in het stuk de historische achtergrond van het verhaal. Die wordt daarbij onder­steund door zes danseressen in een bewust minimaal gehouden decor.

“of it slaan fan peallen yn’e grûn wur­ de fertaald nei dûns.” Sander Stien­stra componeerde de muziek bij deze voorstelling, waar ook nog enkele ge­dichten in zijn verwerkt. ,,Hy hat mu­zyk makke op de belibbing fan de byl­den dytst sjochst.”

Met deze verschillende facetten, to­neel, dans, muziek, poëzie en histori­sche elementen, verwacht Lettinga dat De Iêste jloed veel mensen zal aan­spreken. Ze hoopt vooral dat de be­zoekers zichzelf in de personages herkennen en iets van de voorstel­ling mee naar huis nemen. ,,Alle e­moasjes komme yn dit stik werom. Kinst sels kieze atst lilk as bliid we­rom nei hûs giest. At it stik mar wat los makket. Dan bin ik tefreden.”